Uit 2008 dateert de documentaire met boek Oude Meesters, gemaakt in samenwerking met Adriaan Windig-Scholten en gefilmd door Sander Houwen.

oude_meesters

Oude Meesters in kort bestek

1. Oude meesters, de seniordocent in beeld. Een inleiding
De vergrijzing neemt snel toe, maatschappelijk en dus ook in het onderwijs. Enkele bloemrijke citaten uit een Amerikaans artikel maken ons duidelijk dat er een grijze golf op ons afkomt. De schrijver staat stil bij de veranderde rol van de oudere in de moderne samenleving en bij de noodzaak om de ouderen weer die rol te geven die hen toekomt. De demografische ontwikkelingen in het onderwijs laten zien hoe die grijze golf leidt tot een groot tekort aan docenten in de nabije toekomst en daarmee samenhangend hoe groot het belang is van levensfasebewust personeelsbeleid.

2. Feiten, meningen en cijfers
De vergrijzing neemt snel toe, maatschappelijk en dus ook in het onderwijs. Enkele bloemrijke citaten uit een Amerikaans artikel maken ons duidelijk dat er een grijze golf op ons afkomt. De schrijver staat stil bij de veranderde rol van de oudere in de moderne samenleving en bij de noodzaak om de ouderen weer die rol te geven die hen toekomt.
Daarna komen de demografische ontwikkelingen in het onderwijs aan bod.

3. De geïnterviewden: babyboomers in de derde Leeftijd
De generatie waartoe de geïnterviewde docenten behoren en aan ‘de Derde Leeftijd’, de levensfase waarin zij zich bevinden, staat in dit hoofdstuk centraal. Zo schetsen we het kader en het perspectief voor de interpretatie van de door de docenten aangereikte informatie.

4. Waarover spraken zij? De docenten aan het woord.
De interviewvragen waren verdeeld over zeven gebieden: de keuze voor het onderwijs, werkhistorie, werkbeleving, bejegening, gewenste veranderingen/verbeteringen, doorwerken en seniorenbeleid (zie bijlage 1). We geven niet aan hoeveel docenten precies wel of niet een mening zijn toegedaan, maar spreken van één, sommige of alle docenten. Elke uitspraak –zo vinden wij- is de moeite van het vermelden waard. In dit hoofdstuk geven wij de reacties van de docenten in hun samenhang weer.

5. Waarover spraken zij? De onderwijsmanagers aan het woord.
Aan de managers werden twee kernvragen voorgelegd: over hun beeld van de seniordocent en over hoe zij aankijken tegen seniorenbeleid. Hun beelden blijken aardig overeen te komen, evenals hun ideeën over seniorenbeleid. Wel hebben ze elk hun eigen invalshoek, samenhangend met wat op dit moment in hun organisatie speelt.

6. De kern van de zaak.
Uit de interviews komt een aantal centrale thema’s naar voren, die we hier uitwerken. We verbinden ze met bestaande beelden over senioren en nuanceren of ontkrachten die op grond van de gehouden gesprekken. Hoewel het universele thema’s betreft, benaderen we ze in dit hoofdstuk vanuit het perspectief van de seniordocent. Elk thema wordt afgesloten met ‘om over na te denken’, bedoeld als een uitnodiging om te filosoferen en te reflecteren.

7. Seniorenbeleid: vier beleidsterreinen
Beter omgaan met en langer gebruik maken van de kwaliteiten van senioren is het centrale thema van dit boek, maar er dient dan wel het een en ander aan verwante thema's en beleidsterreinen te worden uitgewerkt.
We nemen hier enige afstand van de directe en persoonlijke beleving van de geïnterviewden en gaan in op zaken die de organisatorische en beleidsmatige kant van de zaak belichten.

8. Epiloog: Vertraagde tijd.....
In 2009 ontwierp ik het ‘Levensfasenspel’. Het is een spel dat als gezelschapsspel kan dienen en/of worden gespeeld vanuit het perspectief van coaches of leidinggevenden.

Het levensfasenspel als professionaliseringsspel wordt gespeeld op de buitenste ring. Er wordt gegooid met een dobbelsteen en de pion komt altijd op een kleur. In het midden op het spelbord liggen zeven stapeltjes kaarten op kleur. Elke kleur staat voor een levensfase van 7 jaar. Op elk kaartje staat een vraag of dilemma beschreven waar een coach of leidinggevende tegenaan kan lopen. De spelersgroep bespreekt de vraag of het dilemma en zoekt een antwoord of oplossing.

Het levensfasenspel als gezelschapsspel wordt gespeeld op de binnenste ring. Er wordt met een dobbelsteen gegooid en de pion komt op een nummer (1-7). Elk nummer staat voor een levensgebied en op elk kaartje staat een thema, waarover de speler vertelt.

Het spelen van het spel als een geheel houdt in, dat eerst op de binnenring wordt gespeeld (bewust stilstaan bij de betekenis van de levensfasen) en vervolgens op de buitenring wordt gespeeld (inzoomen als coach of leidinggevende op professionele dilemma’s in de verschillende fasen).

Voor verdere uitleg verwijs ik naar het spelregelboekje.